

Volgende Huelgas generatie
We zijn verheugd Paul Van Nevel in 2026 te kunnen feliciteren met zijn 80e verjaardag en 55 jaar leiding van het Huelgas Ensemble! Hij verkeert in uitstekende gezondheid, zit vol energie en heeft plannen voor nieuwe muzikale avonturen. Maar hij kijkt ook vooruit naar de komende 50 jaar! Daarom heeft hij na grondige overweging zijn opvolger gekozen, Achim Schulz, die geleidelijk de leiding van het Huelgas Ensemble kan overnemen, zodat ons werk de komende decennia met succes in goede banen wordt geleid.
Achim Schulz
Achim Schulz groeide op in München en voltooide eerst met succes zijn studie kerkmuziek, orgel, klavecimbel en koordirectie. Daarna studeerde hij solozang aan de Schola Cantorum Basiliensis en aan het conservatorium van de Musik-Akademie Basel bij Kurt Widmer en Burga Schwarzbach (Basel, Luzern, Wien). Daarna ging hij in de leer bij Hans Hotter en Dietrich Fischer-Dieskau.
Als assistent van Kurt Widmer werkte hij 10 jaar als koorrepetitor. Daarnaast assisteerde hij Robert Spencer in de English Song Class aan de Royal Academy of Music in London. Zelf is hij al vele jaren actief als docent zang.
Hij trad op als concertzanger in heel Europa, Canada, de VS en Zuid-Amerika.
Sinds zijn zestiende heeft hij verschillende koren en ensembles in de meest verscheidene bezettingen en stijlen geleid. Achim Schulz leidde meer dan 10 jaar zijn eigen festival voor oude muziek in Alicante (Spanje) en wordt regelmatig door diverse ensembles uitgenodigd als gastdirigent.
Achim Schulz is al vele jaren nauw verbonden aan het Huelgas Ensemble. Sinds 2008 is hij er vaste zanger en heeft hij meegewerkt aan alle belangrijke producties. Hij is zeer vertrouwd met het repertoire en de ‘spirit’ van het ensemble. Hij dirigeerde het ensemble voor het eerst tijdens het Huelgas-festival 2023 in Talant (Frankrijk) met een uitvoering van lamentaties van de componist Tiburtio Massaino. In 2025 dirigeerde Achim Schulz het Huelgas Ensemble tijdens het festival Laus Polyphoniae (Antwerpen) in een programma volledig gewijd aan middeleeuwse muziek. In 2026 dirigeerde Achim Schulz het Huelgas Ensemble o. a. in de Elbphilharmonie Hamburg met muziek van Orlando di Lasso.
Dankzij zijn specialisatie in oude muziek, talrijke eigen studies en zijn enorme repertoire - dat reikt van de vroegste middeleeuwse composities tot ver in de barok - zal hij de traditie van het ensemble voortzetten, maar daarbij nieuwe inspirerende accenten leggen.
Wilt u als pionier een van de eerste programmeurs zijn die het publiek kennis laat maken met de ‘Volgende Huelgas generatie’? Hier zijn enkele programma-suggesties onder leiding van Achim Schulz:
Tranen van een geliefde
Monteverdi, Pari en de Rore over liefde en verlies
Dit programma neemt ons mee naar de diepe wereld van verdriet, wanhoop en verlangen, waarin de componisten Claudio Monteverdi (1567 - 1643), Claudio Pari (1574 - na 1619) en Cipriano de Rore (1515/16 - 1565) de menselijke ervaring van liefde, lijden en verlies op ontroerende wijze op muziek zetten.
Centraal staat Claudio Monteverdi’s La Sestina - Lagrime d'Amante al Sepolcro dell'Amata, een meesterwerk dat de wanhoop en het onstuitbare verval van de levenskracht weergeeft in het aanschijn van de dood van een geliefde (zijn drie jaar eerder overleden vrouw en ook zijn 18 jaar eerder overleden leerling Caterina Martinelli, die was voorbestemd voor de titelrol in de opera L’Arianna), door het kunstzinnig gebruik van de ‘sestina-vorm’ die Francesco Petrarca zo emotioneel introduceerde.
Claudio Pari’s' Il Lamento d'Arianna neemt het thema van een verlaten geliefde op en beschrijft Arianna’s klaagzang nadat ze door Theseus op Naxos is achtergelaten. Pari’s compositie, gebaseerd op Monteverdi’s beroemde madrigaal Lamento d'Arianna, vat de intensiteit van Arianna’s pijn en wanhoop met expressieve melodieën en retorische figuren, die de luisteraar onmiddellijk meeslepen in haar emotionele onrust.
Dit programma wordt gesublimeerd door een selectie van 5 van de 11 strofen uit Le Vergine van Cipriano de Rore, waarin Petrarca zijn liefde voor Donna Laura en zijn verdriet over haar dood in 1348 uitdrukt als religieuze verering van Maria.
Deze composities tonen het vermogen van muziek om de meest complexe en diepste menselijke ervaringen te weerspiegelen. Ze nodigen ons uit om ons in te leven in de essentie van de liefde, de vergankelijkheid van het leven en zijn troostende kracht.
La Vulnerata
Troostmuziek voor het schavot
De oorsprong ligt in het Engelse jezuïetencollege van St. Alban in Valladolid (Colegio de los Ingleses), opgericht in 1589 door Robert Persons; een soortgelijke stichting volgde in Sevilla in 1592. Het college diende als toevluchtsoord voor Engelse katholieke priesters en andere vervolgde landgenoten in het relatief meer open Spanje - en bood bescherming tegen de vervolgingen en executies die onder Elisabeth I dreigden.
De bibliotheek van St. Alban’s in Valladolid bevat een exemplaar van het eerste - en tegelijkertijd enige - mis- en motetboek van Alonso Lobo, die kapelmeester was in Sevilla en later in Toledo, in dezelfde periode dat ook El Greco daar actief was. Dit koorboek werd in Madrid gedrukt in samenwerking met Tomás Luis de Victoria en werd gebruikt in het liturgische leven van het college.
De bibliotheek bewaart ook composities William Byrd, wiens zoon zijn toevlucht vond in het college. Deze werken - aangevuld met een motet van Orlando di Lasso - werden wekelijks gezongen voor het beeld van de Maagd Maria la Vulnerata (‘de Gewonde’). In haar zagen de Engelse priesters zichzelf als martelaren weerspiegeld.
Het beeld zelf werd beschadigd door Spaanse troepen toen Engelse schepen onder leiding van de graaf van Essex, Robert Devereux, in 1597 Cádiz aanvielen. In 1600 werd de Vulnerata naar St. Alban’s College gebracht - zowel als symbool als uit eerbied voor de katholieke martelaren die in het Engeland van Elizabeth I trouw bleven aan hun geloof, wachtend op de dood.
Het programma is opgebouwd rond Alonso Lobo’s zes-stemmige Missa Maria Magdalena. Hieraan zijn het achtstemmige motet Ave Maria en het alom geprezen zes-stemmige rouwmotet Versa est in luctum toegevoegd, gecomponeerd ter gelegenheid van de dood van Filips II.
Polyfone gezangen uit Gradualia I & II van William Byrd, samen met John Dowlands uitgebreide driestemmige motet Though mighty God uit zijn Fourth Book of Songs of Ayres (voor vier stemmen), maken dit ‘drieluik’ compleet: Lobo - Byrd - La Vulnerata.
De bolle spiegel uit de middeleeuwen
Technische vernieuwingen uit het tijdperk van de kathedralen tot de poëtische subtiliteit van de chansons
De bolle spiegel, te zien in Jan van Eycks ‘Het huwelijk van Arnolfini’ uit 1434 en in Robert Campins triptiek van Heinrich von Werl uit Keulen van 1438, maakt het mogelijk een besloten ruimte als een geheel waar te nemen. De verbazingwekkende precisie van het perspectief en de realistische aandacht voor detail zijn vermoedelijk te danken aan de kennis op gebied van de optica: de spiegelende lens. Als men de schilderijen van Campin - met hun delicate draperieën, bijna fotografische portretten - of de kroonluchter die in de bolle spiegel van Van Eyck te zien is, vergelijkt met het schilderij van Giotto uit circa 1310, wordt onmiddellijk duidelijk dat een technische innovatie leidde tot nieuwe ruimtelijke inzichten.
Misschien gebeurde er tegelijkertijd iets soortgelijks in de muziek. In de muzieknotatie tijdens de overgang van de ars antiqua via de ars nova naar de zogenaamde ars subtilior, werden de genoteerde structuren en creatieve technieken op papier virtuozer, complexer en expressiever. In figuurlijke zin opent de ‘lens’ van de bolle spiegel een meer gedifferentieerde manier van luisteren - misschien een meer intieme manier van luisteren.
De nieuwe mogelijkheden van muzieknotatie onthullen een poëtische, epische wereld van verfijning: het chanson, met zijn complexiteit van ritme en melodie, van expressie en kleur - waarbij de kleur ook letterlijk een nieuw middel van subtiele notatie wordt.
Elke Europese luisteraar heeft waarschijnlijk wel eens de middeleeuwse gotische kathedraal als een overweldigende ruimte ervaren. Het ‘Tijdperk van de Kathedralen’ was ook het tijdperk van intieme kamers waarin chansons en liefdesliederen werden uitgevoerd. Deze wereldlijke en sacrale liederen bleven niet beperkt binnen de vier muren.
Het programma omvat werken uit de 13e eeuw tot het midden van de 15e eeuw. Naast anonieme meesters zijn er composities van Guillaume de Machaut, Oswald von Wolkenstein, Johannes Ciconia, Nicolaus Zacharie, Antonio da Teramo, Solage en Guillaume Dufay.
Theobalds erfenis
Europese ‘Soundscapes’ van het middeleeuwse Koninkrijk Navarra
In dit programma gaan we op muzikale reis door de muziek die geassocieerd wordt met het Koninkrijk Navarra tussen ongeveer 1200 en 1450.
Beginnend met de liederen van de troubadour-koning Theobald I van Navarra, ontvouwt zich een wijdvertakt muzikaal netwerk, waardoor we indrukken krijgen van de “klankwerelden” die ooit aan het hof moeten hebben geklonken.
Via dynastieke banden verspreidde zich deze ‘klankwereld’ van Sicilië tot Frankrijk en Engeland en komen ze tot uiting in de werken van componisten als Juan Cornago, Jacob Senleches, Trebor, Guillaume de Machaut, en John Dunstaple, bewaard in de beroemde codices van Montpellier, Montecassino, Old Hall, Chantilly, en Trento 88.
Het resultaat is een bewust niet-chronologisch muzikaal parcours over meer dan twee eeuwen, dat een veelzijdig beeld geeft van de muziek die ooit aan het Koninkrijk Navarra tot bloei kwam.
Het programma wordt gedragen door de mis Ayo visto lo mappamundi, geschreven in Engelse stijl door de Spanjaard Juan Cornago, die – via de Codex van Montecassino - nauw verbonden is met Blanca I van Sicilië.
